Een artikel uit VA-Magazine

Het is al weer een halve eeuw geleden dat een goudgekleurde tor tegen het raam tikte van de praktijkruimte van C.G. Jung. Een patiënte had hem zojuist verteld over een droom waarin ze een gouden scarabee ten geschenke had gekregen. Weinig mensen zouden aandacht aan het getik hebben besteed. En nog minder zouden er meer in hebben gezien dan stom toeval. De Zwitserse psychiater dacht er anders over. Hij blies een oud idee uit de Chinese, Griekse en Westerse filosofie nieuw leven in, onder de naam: synchroniciteit. We zijn een halve eeuw verder. Tijd voor een aantal nieuwe gouden scarabeeverhalen.

Een kostbaar geschenk

Jung en het zinvolle toeval

JJung heeft er lang mee gewacht, tientallen jaren zelfs. Met het naar buiten brengen van zijn gedachten over betekenisvolle verschijnselen - die samen lijken te vallen “alsof ze één zijn, terwijl ze toch gescheiden zijn”. Na lang aarzelen bracht de Zwitserse psychiater een en ander in 1951 onder woorden in Ascona – de plek waar hij sinds 1930 een aantal van zijn belangrijkste voordrachten had gehouden. En wel in Casa Gabriella aan het Lago Maggiore, later Casa Eranos genoemd, naar de conferenties die hier toen plaatsvonden en er overigens nog altijd plaatsvinden.
In dat kleine conferentieoord waar een enkeling zich nog herinnert hoe Jung hier tussen de lezingen door, in de tuin onder de bomen, zo intens en onbedaarlijk in lachen kon uitbarsten dat toeristen op de hoofdweg langs het huis stopten en de tuin in kwamen lopen om te vragen wie daar zo aan het lachen was.
Stel – zo hield Jung zijn gehoor in 1951 voor in zijn beroemde Ascona-rede – dat iemand het nummer van zijn tramkaartje onthoudt en thuis een telefoontje krijgt waarin de persoon aan de andere kant van de lijn onverwacht hetzelfde nummer laat vallen. 's Avonds koopt hij een schouwburgkaartje waarop wederom datzelfde nummer staat. Is dat toeval? Ja, zegt Jung. Zoiets is toeval. Een mens maakt een dergelijke samenloop van omstandigheden weliswaar niet vaak mee - maar het blijft denkbaar.
Ook het volgende voorbeeld noemde Jung toeval: een opeenstapeling van toevalligheden rond het thema ‘vissen’. Jung vertelde dat hij op de ochtend van de eerste april 1949 net iets aan het opschrijven was over een halfmenselijk figuur – van boven mens, van onder vis. “Diezelfde morgen bracht iemand het gebruik van de 1-april-grap ter sprake - in Zwitserland aprilvis ofwel Aprilfisch geheten. Vervolgens aten we vis bij de lunch. En 's middags toonde een patiënte van me, die ik al in geen maanden had gezien, een paar indrukwekkende vissenschilderingen. Vervolgens liet iemand anders me die avond een borduurwerk zien waarin vissen waren verwerkt. En de daarop volgende ochtend bracht een patiënte een droom ter sprake waarin ze een grote vis op zich af zag komen.”
Het geestige is dat Jung bovenstaande zaken beschreef in de tuin achter zijn Zwitserse huis, zittend aan de rand van het meer. Hij was geïntrigeerd geraakt door de reeks van voorvallen rond het thema ‘vissen’, schreef hij, maar iets anders dan toeval kon hij er niet van maken. Hadden al deze gebeurtenissen ten slotte niet plaatsgevonden op een vrijdag en was het op vrijdag niet gebruikelijk om vis te eten? En was het toevallig niet ook 1 april geweest? Nog een aanleiding om het woord vis te laten vallen in de vorm van het woord Aprilfisch. Even later stond hij op om naar de waterkant te lopen, zoals hij die ochtend al vaker had gedaan. Daar aangekomen zag hij een dertig centimeter grote dode vis liggen. De zevende vis op rij.

KAART RADEN

Niet ten onrechte, zei Jung, gaan we er doorgaans vanuit dat elke samenloop van omstandigheden op toeval moet berusten. Als er geen reden is om aan toeval te twijfelen moet je het niet doen. Maar als die reden er wel is? Op een gegeven moment, merkte hij op, kan de kans op toeval zo astronomisch klein worden dat het steeds moeilijker wordt om de omstandigheden af te doen als toeval.
Jung vertelde over kaart-raad-experimenten die in die jaren plaatsvonden aan de Amerikaanse Duke Universiteit. Proefpersonen kregen daarin de opdracht om vijfentwintig keer achtereen de juiste kaart te raden uit vijf kaarten. Sommige proefpersonen scoorden opvallend goed. Een enkeling zelfs 100 %. Een proefpersoon die vijfentwintig keer achtereen de juiste kaart trok. Een kans van één op 298.023.223.876.953.125.
Jung was geïntrigeerd door de emotionele component in dit soort kaart-raad-experimenten: het gegeven dat het succespercentage terugloopt naarmate proefpersonen hun belangstelling verliezen. Natuurwetenschappelijk gezien onverteerbaar: een fenomeen dat zich alleen voordoet als proefpersonen emotioneel betrokken zijn is wetenschappelijk gezien geen fenomeen. Jung dacht daar anders over. In zijn eigen praktijk zag hij hetzelfde gebeuren. We willen, zei hij, de dingen zo graag onderzoeken in een laboratoriumexperiment; we willen storende invloeden zo graag buitensluiten. Maar het probleem is dat het fenomeen alleen lijkt op te treden als de natuur vanuit haar totaliteit kan reageren.
Het leven is niet in statistieken te vangen, verduidelijkt Jung in 1960 in een interview met de Sunday Times. “Het leven vormt altijd weer de uitzondering die de regel bevestigt. En dat komt doordat het om het leven gaat van een mens, een individu - een uniek, niet te kopiëren wezen - en niet zomaar om het leven in zijn algemeenheid.” “Ik heb daarom,” houdt hij zijn toehoorders voor in zijn laatste Ascona-lezing, “mijn aandacht gericht op observaties en ervaringen. Ervaringen die zich in de loop van mijn lange medische praktijk vaak aan mij hebben opgedrongen.”

SCARABEE

Als psychiater en psychotherapeut zegt hij vaak te maken te hebben gehad met het zinvolle samenvallen van omstandigheden. “En heb ik kunnen constateren hoeveel ze betekenen voor de mens die deze ervaring meemaakt. Het gaat daarbij vaak om zaken waar men niet hardop over praat, omdat mensen zich niet bloot wensen te stellen aan onverschillige hoon. Ik heb me er echter steeds weer over verbaasd hoeveel mensen dit soort ervaringen hebben.”
In een gesprek met de Amerikaanse hoogleraar Psychologie, Richard Evans, zegt Jung in 1957: “Stel je voor: ik zit aan iets te denken – iets houdt mijn aandacht en belangstelling gevangen. En dan gebeurt er buiten mij opeens iets dat de afspiegeling is van wat zich in mijn hoofd afspeelt. Als je dit beredeneert vanuit de wet van oorzaak en gevolg, is dat natuurlijk pure onzin. Maar zulk ‘toeval’ komt ‘toevallig' wel veel vaker voor dan met ‘toeval’ te rijmen valt, en dat wijst erop dat er andere factoren meespelen.”
In de loop der jaren, merkte Jung hier in 1951 over op, had hij zoveel voorbeelden onder ogen gehad die wezen op een ander verklaringsprincipe naast dat van oorzaak en gevolg, dat hij zijn aarzelingen opzij had geschoven. Hij introduceerde de term synchroniciteit en doelde daarbij op het betekenisvolle samenvallen van ogenschijnlijk toevallige gebeurtenissen. Het gevaar is natuurlijk, zei hij er gelijk achteraan, dat mensen alles wat onverklaarbaar is naar zich toe synchroniseren. Maar het tegenovergestelde is evenzeer waar: dat mensen zich afsluiten voor onverklaarbare zinvolle dwarsverbindingen.

ASCONA

Een van zijn leerlingen (Barbara Hannah) heeft wel eens verteld over de discussiebijeenkomst onder leiding van Jung, vlak nadat hij zijn geruchtmakende Ascona-rede had gehouden. Leden van het C.G. Jung Instituut waren in zijn huis bijeengekomen om Jungs nieuwe inzichten te bespreken. Volgens Hannah was er sprake van een levendige discussie. Maar toen de bijeenkomst ten einde liep, merkte Jung op: “Goed dan – ieder van u heeft zijn licht op het onderwerp laten schijnen, maar ieder van u heeft dat gedaan vanuit het standpunt van oorzaak en gevolg. Niemand van u is in staat geweest synchronistisch te denken.”

Psychotherapeuten, merkte Jung later op, zijn vertrouwd met het opduiken van symbolen in de dromen van patiënten. “Een goede droom,” aldus Jung in 1959 in een interview met de Frans/Zwitserse schrijver Georges Duplain, “is een vorm van genade. In wezen is de droom een geschenk.” Bij grote veranderingen in het leven van een patiënt en bij een doorbraak in de behandeling zag hij vaak symbolen van wedergeboorte opduiken in dromen. De scarabee is zo'n klassiek symbool van wedergeboorte.
De Hilversumse psychiater en Jung-kenner R.J. van Helsdingen voegt daar in een boek over Jung aan toe: “In het gemeenschappelijk onbewuste van de hele mensheid blijven oude religieuze symbolen hun magische krachten behouden en kunnen zich soms doen gelden in culturen die deze oude religieuze symbolen niet meer kennen.” De verschijning van de gouden tor tijdens het vertellen van de droom tegen het raam van Jung, kan natuurlijk stom toeval zijn. “Maar Jung,” aldus Van Helsdingen, “zag hierin meer: een uiting van het collectieve onbewuste, verwijzend naar een zinvolle ordening der dingen - die wij niet kunnen begrijpen, hoogstens kunnen aanvoelen.”
“Sommige mensen spreken over God, anderen over Tao,” aldus Jung zelf in een interview met de schrijver Georges Duplain. “Anderen spreken over de Grote Geest. Het maakt weinig uit hoe je het noemt. Het is in ieder geval niet iets van jou of van mij - het is de onzichtbare wereld.” Mensen hebben tegenwoordig vaak een probleem met het woord God, voegde hij eraan toe. “Maar in onze tijd is God nu eenmaal de meest gebruikte naam voor de kracht die zich rondom ons bevindt.”
Elders preekt hij over “die enorme schatkamer”, waaruit zoveel schijnbare toevalligheden ontstaan. En daarmee stoft hij in feite het oude idee af dat gebeurtenissen in de buitenwereld parallel kunnen lopen met overeenkomstige gebeurtenissen in de binnenwereld. Zoals in het voorbeeld van de kever en de droom over de kever.

LEVENSSTROOM

We zijn tientallen jaren verder. Een hele reeks boeken en studies is toegevoegd aan de aanzetten van Jung. Een paar jaar geleden voegde de Duitse psychotherapeute Elisabeth Marburg een prachtig boek toe aan de reeks. Ook Marburg is ervan overtuigd dat het idee van de betekenisvolle toevalligheden kan helpen om licht te werpen op de dromen en belevenissen van haar patiënten. “Bij Jung vond ik waarnaar ik zolang had gezocht: verklaringen en zelfs een naam voor alle eigenaardige gebeurtenissen in mijn leven die me altijd al meer dan toevallig leken en die ten dele in elkaar pasten op een wijze die me frappeerde.”
Archetypische symbolen, aldus de Duitse psychotherapeute, vormen steeds opnieuw patronen die zich vervlechten met het leven van degene die ze waarneemt. Marburg is ervan overtuigd: naarmate we meer met synchroniciteit vertrouwd raken komen we betekenisvolle toevalligheden ook vaker tegen. De uitdaging voor de nieuwe generatie onderzoekers op dit gebied is zelfs om deze voorvallen ‘zo te benutten dat we met de levenstroom mee zwemmen en niet ertegenin’.
Verschillende auteurs maken melding van voorvallen waarbij ze de juiste persoon op het juiste moment leren kennen; van betekenisvolle toevalligheden die mensen overkomen wanneer ze het nodig hebben. Tiziano Terzani, een al jaren in Azië wonende Italiaanse journalist, beschrijft ettelijke van zulke gebeurtenissen. Terzani, aldus Marburg, heeft zo vaak meegemaakt dat hij de juiste persoon op het juiste tijdstip ontmoet dat hij daar inmiddels volledig op vertrouwt. Als hij op zoek is naar informatie en niemand hem verder lijkt te helpen, slentert hij gewoon een tijdje door de betreffende plaats.
Jungs synchroniciteit wijst in een wereld die gebouwd lijkt op causaliteit een andere kant op - naar een andere manier van kijken. Een ander soort dwarsdoorsnede van de werkelijkheid dan de gebruikelijke. Een wereld waarin het toeval niet per definitie betekenisloos hoeft te zijn en waarbij de mens opgenomen is in een orde, al kunnen wij de logica er niet van doorgronden. Het haalt het diepgewortelde idee onderuit dat de dingen gescheiden van elkaar zijn; dat de scheiding die wij ervaren tussen ons en de rest van de wereld in feite ook maar een idee is. De bevrijding die in deze concepten besloten ligt is immens, aldus Laurens van der Post in zijn boek over Jung. “Het betekent dat het leven niet slechts een proces is van voorspelbare oorzaken en gevolgen.”

IMPULSEN
"Kijk", zei hij in juli 1955 tegen de verslaggever van een Zwitserse krant. "Ik weet dat ik hier zit en met u aan het praten ben en u weet, voor zover het u betreft, hetzelfde. Tussen ons heeft een uitwisseling van woorden plaats. Maar behalve die woorden die we tot elkaar richten, zijn er zoveel andere dingen die zich van de een naar de ander bewegen: gevoelens, beelden, gedeelten van de ziel. Als we ons verlaten op de natuurwetenschap en de zogenaamde realistische kijk op de wereld die daaraan ontspringt, zijn we ons er vaak niet van bewust hoezeer we abstraheren en isoleren. De ware werkelijkheid kan men alleen geestelijk benaderen."

Het is interessant om in dit licht nog eens een aantal uitlatingen van Jung te herlezen. Bijvoorbeeld wat hij het 40+-deel van de mensheid meegeeft in een interview met de Engelse journalist Gordon Young – ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag. “Men zou de oude mensen moeten aanraden om met hun tijd mee te gaan en hen ervan moeten overtuigen dat de tijd hun de nodige nieuwe impulsen zal geven.” Er zit iets clichématigs in, maar in het licht van Jungs opvattingen over synchroniciteit leest diezelfde zin opeens heel anders.

Diezelfde keuzemogelijkheid doemt op in een ankedote van een van Jungs leerlingen, Charles Baudouin. Een anekdote die me dagenlang bijblijft. Baudouin beschrijft een boottocht over het meer van Zürich – voor deelnemers aan het eerste Internationale Congres voor Analytische Psychologie in 1958. In zijn dagboek schrijft deze Baudouin: “Hoogtepunt van de tocht was het moment dat de boot voorbij Küsnacht stilhield om Jung te begroeten met het wuiven van honderden armen. De oude meester, zomers in het wit, was naar de oever voor zijn villa afgedaald. Hij wuifde lange tijd met zijn arm, terwijl hij de grote boot langzaam zag wegvaren in de gouden zomernevels - met al die leerlingen van hem aan boord - waar zou het lot hen brengen?”

Baudouin: “Het beeld dat me steeds bijbleef, die middag, terwijl land, water en wolken voorbijgleden, was toch dat van Jung, in het wit, meer dan levensgroot leek het wel - misschien vanwege de witte kleding - die daar op zijn aanlegplaats stond en maar bleef zwaaien in een eindeloze afscheidsgroet.”

Een definitief afscheid, zo bleek. Een jaar eerder, tijdens een bijeenkomst van een psychologische studiegroep in Basel, had Jung gezegd: “We moeten er rekening mee houden dat de wereld zoals we die ervaren slechts schijn is. Dat wil zeggen dat zij eigenlijk deel uitmaakt van een groter geheel waarin een totaal andere orde der dingen heerst: waar 'hier' en 'daar', ruimte en tijd, niet bestaan.” Tijdens diezelfde bijeenkomst gaf hij aan er absoluut van overtuigd te zijn dat onze huidige ideeën over tijd en ruimte - zoals wij die onszelf gevormd hebben vanuit een causaal, rationalistisch standpunt - onvolledig zijn: “Om een volledig beeld te krijgen van de wereld zullen we een andere dimensie moeten toevoegen.”

Tegen de Chileense schrijver/diplomaat Miguel Serrano zegt Jung in 1959: "Volgens mij is het enige belangrijke in het leven je natuur te volgen. Een tijger moet een goede tijger zijn. De mens moet een mens zijn. Om te weten hoe je een mens moet zijn, moet je je natuur volgen en je door haar laten leiden, waarbij je je erop moet instellen dat er onverwachte dingen zullen gebeuren die uiterst belangrijk kunnen zijn.” In een interview dat hij drie jaar voor zijn dood gaf aan de BBC-televisie zei hij niet geïnteresseerd te zijn in het woord ‘geloof’. “Ik geloof niet. Ik moet over feiten beschikken - waarop ik dan een bepaalde hypothese baseer. Als er voldoende redenen zijn voor een bepaalde veronderstelling, kan ik dat uit de aard der zaak accepteren. Dan zeg ik: “We moeten rekening houden met die-en-die mogelijkheid.”

In datzelfde jaar zei hij tegen de Frans-Zwitserse schrijver Georges Duplain: “De mensen vervallen altijd van het ene uiterste in het andere uiterste. Of ze geloven iets of ze geloven het niet.” En: “De meesten van ons zijn veel te academisch ingesteld om de levende werkelijkheid in zijn geheel, in zijn totaliteit tegemoet te treden. We denken er liever niet aan, dat is gemakkelijker.” Heeft de mens tussen tussen alle ‘ja's’ en ‘nee's’ en ‘voors’ en ‘tegens’ niet ook de mogelijkheid zich alleen maar open te stellen - zonder bij voorbaat conclusies te trekken, en maar te zien wat er gebeurt, inclusief de vraag of er al of niet een betekenis opduikt?




Een advertentie van Google

Reisverhalen

Salon
Tuin
Filmzaal
Keuken
Atelier
Archief
Links


Home



Editie 2-2007

Pelgrimage naar Santiago de Compostela



Editie 3-2004

Filmmaakster Bady Minck reist met 15.000 ansichten door de Alpen



Editie 3-2005

Interview met Kees Brusse



Editie 4-2006

image

Een esoterische navertelling van de oude renaissance-legende Don Giovanni en de Stenen Gast, waarop Mozarts opera is gebaseerd.





Naar de Salon

Home

Een advertentie van Google
Een advertentie van Google

In de Keuken van VA-Magazine een interview met Reto Domeniconi. Jarenlang trokken twee Zwitserse multinationals miljoenen uit om zicht te krijgen op de verborgen kanten van het begrip voedingskwaliteit en de wereld der niet-reguliere geneeskunde. In de eerste jaren onder de conditie dat het onderzoek strikt geheim zou zijn. Een gesprek in Vevey met oud-Nestlé-topman Domeniconi - inspirator en initiatiefnemer van het onderzoek dat tot zijn pensionering in 1996 doorliep. Een gesprek over homeopathie, wetenschap, waarheid en de kwaliteit van eieren van vrij rondlopende kippen. "We laten een tijd achter ons, waarin alles wat technisch uitvoerbaar was in orde leek."
Lees er meer over in VA 4-1997.


  

Welkomstgeschenk?

Twee edities naar keuze als welkomstgeschenk?




Maak hier uw keuze 

Een advertentie van Google

Meer Spiritualiteit in:

Interview met de Duitse biofysicus Fritz-Albert Popp: Ultragevoelige lichtmeters laten zien dat groenten, eieren en zuivel licht uitstralen.  Chartres en het raadsel van het labyrint:  De ronde torens van Ierland.

Beweeg de cursor over een beeld voor een impressie (alleen in Internet Explorer). Of klik op een beeld voor een volledige inhoudsopgave.
E-mail Wabmaster
DE BETEKENIS VAN INTUïTIE 1

In het boek A Walk with a white bushman schrijft de avonturier, schrijver, Afrika-kenner Laurens van der Post, over de keer dat hij in Afrika mee op jacht werd genomen door een Bosjesman. “We waren een dier op het spoor - een buffel. We volgden zijn spoor, maar plotseling veranderde dat spoor van richting. Ik ging achter de Bosjesman aan, terwijl ik de hoefafdrukken van de buffel toch duidelijk een andere kant op zag gaan. Plotseling bleven we staan voor een bosje; even verderop stond een antilope.
“Later vroeg ik hem hoe hij had geweten dat hier een antilope te vinden was. Hij zei: 'Toen ik de buffel aan het volgen was, waren mijn ogen ineens vol ‘antilope’. Ik ging de kant op waar de ‘volheid’ in mijn ogen vandaan kwam, en daar stond de antilope’.”
 Volgens Van der Post is zo’n ervaring minder vreemd dan die lijkt. “We hebben dat intuïtieve vermogen allemaal in ons. Deze Bosjesmannen vatten hun intuïtie alleen veel serieuzer op dan wij.”


DE BETEKENIS VAN INTUïTIE 2

Ook Carl Gustav Jung heeft veel over de rol van intuïtie geschreven en gesproken. “Volgens mij is het zo,” zei hij in 1957 in een op film opgenomen gesprek met de Amerikaanse hoogleraar psychologie, Richard I. Evans, “dat intuïtie een gewaarwording via het onbewuste is; beter kan ik het niet omschrijven." Om daar even later aan toe te voegen: “Met onze intuïtie kunnen we ons oriënteren in een situatie waarbij ons waarnemingsvermogen, ons intellect en ons gevoel te kort schieten. Als je geen kant meer uit kunt, wijst je intuïtie je vaak nog een gaatje waardoor je kunt ontsnappen.”
Jung komt dan met het voorbeeld van een reis door het oerwoud: “Je kunt maar tot enkele meters voor je uit kijken. Je weet absoluut niet wat er voor je ligt; het gebied is niet in kaart gebracht. Sommige plaatsen zijn gunstig, andere niet. Je kunt er geen verklaring voor geven, maar het is maar beter om op je intuïtie te vertrouwen.
"Aan het eind van de lange dag kom je misschien bij een rivier. Er is in de wijde omgeving geen menselijke nederzetting. Je kunt de rivier niet overzwemmen, want het water krioelt van de krokodillen. Wat nu? Een dergelijk obstakel had je niet verwacht, maar het kan zijn dat je het gevoel hebt gehad dat je ergens op een vrij onwaarschijnlijke plek je kamp had moeten opslaan om de volgende ochtend af te wachten en dan een vlot te bouwen of zoiets.”
Jung: “We krijgen steeds waarschuwingen, vage indrukken die misschien niets méér zijn dan een vaag gevoel van onrust, angst, onzekerheid. Onder primitieve omstandigheden zou je hier aandacht aan schenken, omdat je dan beseft dat die gevoelens iets te betekenen hebben. Dat is waarnemen via het onbewuste."