Een artikel uit VA-Magazine
kathedraal van Chartres

CHARTRES EN HET RAADSEL VAN HET LABYRINT

Zwaar en licht tegelijk. Een en al tegenstrijdigheid. De immense binnenruimte die de bezoeker niet bedrukt maar optilt. De zon die achter het zuidelijk roosvenster schijnt, terwijl het tegenoverliggende roosvenster straalt met duizend lichten. Een 800 jaar oud labyrint in de vloer; de afgelopen tien, twintig jaar zo vaak gekopieerd, dat het met afstand 's werelds beroemdste labyrint mag worden genoemd. Een wandeling door de gotiek en een kennismaking met de duizenden jaren oude symboliek van het labyrint.

Het heeft eigenlijk wel iets een reis te beginnen zonder precies te weten wat je verwachten kunt. Het begon een aantal jaren geleden met de vraag van een lezer: of Vruchtbare Aarde niet eens wilde schrijven over labyrinten en doolhoven. Een leuk idee, wellicht. Hoewel? Doolhoven, waren dat niet de dwaaltuinen uit onze jeugd? Relikwieën uit een ver verleden; vaak zo slecht onderhouden, zo kaal en doorzichtig dat de kans op verdwalen bij voorbaat uitgesloten leek.

Maar ze bestaan nog altijd. Een vriendin vertelde over een bezoek aan het aloude doolhof van Ruurlo en de verwarring die onverwacht toesloeg toen zij er met geen mogelijkheid in slaagde het midden te bereiken. En over de verlossende blik vanaf het kleine uitkijktorentje in het centrum. Op haar eettafel thuis zag ik laatst een ansicht van een beroemd Engels doolhof.

In de vroege zomer van 2003 diende zich de mogelijkheid aan een labyrint te gaan lopen. Nog wel het beroemdste aller labyrinten. Een vierdaagse reis naar de kathedraal van Chartres. Op een late donderdagmiddag in juni is het zover: het auto-doolhof Parijs ligt achter ons en in de verte doemen de contouren van de kathedraal op.

De Oostenrijkse bioloog Gernot Candolini, die een half jaar door Europa reisde met vrouw en kind en als laatste halte Chartres aandeed, pakte het kalmer aan. Vanuit een hotel bij de Parijse Notre Dame trok hij vier dagen uit voor het klapstuk van zijn reis. Wandelend door het oude Parijs, vervolgens door de duurdere woonwijken rond het centrum, de flatwijken, de voorsteden, met daartussenin kleine parken, industrie en vooral veel auto's, stond hij ineens buiten - in een stil bos, tot zijn eigen verrassing eigenlijk. Om pas na een dag of vier, aangekomen bij een kruis van ijzer in een korenveld, de eerste blik te kunnen werpen op de kathedraal van Chartres - nog altijd twintig kilometer verderop.

Een gevoel van verdoving: de eerste stap die immense ruimte in. Het zachte licht, de schemering. En de verbluffende eenvoud - na alle pracht en detaillering aan de buitenzijde. Een ruimte die zonder muren en wanden lijkt. Alsof een mens wordt opgetild boven zijn alledaagse zorgen. Waarheen? Ja waarheen?

Een groep toeristen rond een gids blikt omhoog. Wij kijken naar beneden, naar de kerkvloer, waar de stoelen zijn weggehaald en een kronkelend pad bloot is komen liggen. Een eindeloos lijkende kronkelweg, met een gigantisch aantal wendingen.

Een spelend kind merkt het vloerpatroon niet op en gaat haar eigen weg. En wij volgen een reeks kronkelingen waar geen einde aan lijkt te komen. Met de bijbehorende irritatie, verveling, vermoeidheid, pijntjes en rugklachten. Even lijkt het erop dat het centrum snel bereikt is. Maar dan buigt de weg zich al weer naar buiten, en binnen de kortste keren staan we wederom aan de periferie.

    Tijdens de tweede poging, in de vroege ochtend van de 21e juni, valt het lopen ons ineens een stuk makkelijker dan de dag ervoor. Ook al doen we er nu zelfs een half uur langer over. Opvallendste beleving: de verstilling. Het gemak waarmee een "plek" bereikt kan worden die achter de dagelijkse beslommeringen lijkt te liggen. Of verbeeld ik me dat maar en zijn het de immense ruimte en het zachte licht, die me uittillen boven dagelijkse zorgen?

LACHENDE ENGEL

Er is zoveel dat ik niet begrijp in deze beroemdste aller gotische kathedralen, en sowieso in de gotiek. Op vakantie, in de zomer van 2003, bladerend door een stapeltje meegenomen boeken wordt het raadsel alleen maar groter. De vreemde aantrekkingskracht die deze bouwwerken uitoefenen; en ook het feit dat onze voorouders er tot in de 18e eeuw niets van moesten hebben.

Er was een Goethe voor nodig om ons de ogen te openen. Tot in de 18e eeuw gold de gotiek als lelijk. Een scheldwoord voor alles wat onnatuurlijk, ongeordend en smakeloos was. "Toen ik in Straatsburg aankwam", schreef Goethe in 1772, "zat mijn hoofd vol met de smaakoordelen van mijn tijd. Zoals een volk de vreemde buitenwereld barbaars noemt, was ik gewend om alles gotisch te noemen wat niet in mijn wereld paste."

In gloedvolle bewoordingen beschrijft Goethe vervolgens zijn eerste impressies van de kathedraal van Straatsburg. Hij bleek verbijsterd; de schoonheid vond hij nauwelijks te bevatten. Hij zei er alleen maar voor te kunnen buigen. Keer op keer bleef hij terugkomen, op elk moment van de dag - om de "duizend met elkaar harmoniërende details" van alle kanten in zich op te nemen. labyrint Chartres

Een paar honderd jaar later werd de Oostenrijker Gernot Candolini in Reims verliefd op de gotiek. Hij blijft staan voor een stenen figuur aan de buitenkant van de kathedraal: voor een glimlachende engel. "Ik kijk hem minutenlang aan en vraag me af hoe een stenen beeld zo kan glimlachen. Een glimlach die niet alleen uit zijn gezicht lijkt te komen, maar uit elke vezel van dit lichaam. Ik weet niet of ik zelf in mijn leven ooit zo geglimlacht heb. Telkens als ik later aan die engel denk, moet ik glimlachen."

Candolini's glimlachende engel spreekt me aan. Een bijzondere manier om het geheim van de gotiek onder woorden te brengen. "Je ziet het onmiddellijk als je een gotische kerk binnenstapt", zegt hij later op zijn reis. "Een kerk die met het licht speelt, zoals Bach speelt met de toetsen van het klavier." En jawel, daar is het weer: "Het wonder van de gotiek, het glimlachen van de engel."

Chartres is Candolini's laatste stop. Urenlang slentert hij door het inwendige van het eeuwenoude bouwwerk. "Misschien", oppert hij, "bezaten de bouwers de kennis hoe een goede ruimte voor de ziel eruit moet zien." Net als Goethe voor hem in Straatsburg kan ook hij het niet laten een buiging te maken - voor de ambachtslieden, glazenmakers, steenhouwers en architecten. "Ze wisten vast heel veel dingen die men tegenwoordig weer vergeten is."

BLAUWE LICHTJESlabyrint Chartres

Dat is precies de ervaring die de Australische journaliste Victoria Finlay beschrijft in haar boek Kleur - een reis door de geschiedenis, een speurtocht naar het wezen van de kleuren. Al op de eerste pagina vertelt ze over haar eerste bezoek aan Chartres - als kind, met haar vader. Op een zonnige middag; de straten glinsterden na van een regenbui. Ze gingen naar binnen ze herinnert zich het dansen van blauwe en rooie lichtjes op witte stenen. En hoe haar vader haar toen bij de hand nam en wees op een gebrandschilderd raam van bijna achthonderd oud. Blauw glas dat we tegenwoordig bijna niet meer kunnen maken, zei hij.

"Ik was acht en zijn woorden keerden mijn opvatting van de wereld volledig ondersteboven. Tot dat moment had ik altijd gedacht dat de wereld steeds beter en slimmer werd. Maar die dag viel mijn jeugdige theorie in duigen en daarna is het eigenlijk nooit meer goed gekomen. Zo klein als ik was nam ik me voor om later alles over kleuren te weten te komen."

De bouw zelf is doorspekt met verhalen over wonderbaarlijke genezingen, broodvermeerderingen en onwaarschijnlijke offerbereidheid. Centraal in al die verhalen staat een eeuwenlang gekoesterd Mariakleed. Een geschenk van Karel de Kale, kleinzoon van Karel de Grote, voor Chartres: de sluier die Maria gedragen zou hebben toen ze bij het kruis stond te huilen. In Chartres in verband gebracht met een lange reeks wonderen. Het bekendst ongetwijfeld de redding van de stad op 20 juli 911, toen de bisschop vanaf de muren het meterslange relikwie als een banier in de wind liet wapperen. Het effect zou verbluffend zijn geweest; het verhaal gaat dat de Noormannen een bovenaards licht zagen dat hen zodanig imponeerde dat ze zich terugtrokken.

Maar al in voorchristelijke tijden werd hier een Moedergodin met kind vereerd - in een tijd dus dat de historische Maria nog geboren moest worden. Alsof het eeuwig-vrouwelijke in Chartres in steeds wisselende gedaanten vereerd werd - om met Goethe te spreken. "Men beweert dat dit het midden is van heel Gallië", schreef Julius Caesar al. "Een gewijde plek in het bos waar de druïden eens per jaar bij elkaar kwamen." Stel je eens voor, zegt de Franse journalist en Chartres-kenner Louis Charpentier, hoe generaties pelgrims, eeuw na eeuw de pelgrimsstaf ter hand namen, of ze nu heiden of christen waren, waarbij ze gevaren tegemoet gingen die we nu alleen nog uit sprookjes kennen, lopend over wegen die nauwelijks paden waren te noemen, door rivieren wadend die nauwelijks doorwaadbaar waren, door wouden trekkend waar de wolven in roedels jaagden - door moerassen van verraderlijke modder waarin giftige slangen op de loer lagen; blootgesteld aan regen, storm, wind, venijnige hagelbuien, de hitte van de zon of vrieskou trotserend, met 's nachts als enige beschutting een over hun hoofd getrokken slip van hun mantel; en dit alles nadat zij hun huis en familie verlaten hadden zonder te weten of ze die ooit terug zouden zien - om tenminste eenmaal in hun leven een plaats te bezoeken waar het goddelijke vertoefde.

Maar waarom hier? Natuurlijk, aldus Charpentier, kunnen we de ligging van de kathedraal in een klein oord als Chartres verklaren door te zeggen dat dit ooit een Druïdisch heiligdom was, en verwijzen naar de vele pelgrims die hier al zo lang op af kwamen. Maar waarom, zegt hij, waarom uitgerekend hier? Uiteindelijk, zo is zijn stellige overtuiging, kwamen pelgrims hier om 'het geschenk van de aarde te ontvangen'. Zoals ook een bisschop van Chartres, monseigneur Pie, zich liet ontvallen, toen hij opmerkte dat de zegeningen in Chartres van beneden en boven komen.

MOUNT ANALOGUE

Komend uit de crypt beleefde de Amerikaanse psychiater Jean Bolen hier in de jaren tachtig een bijzondere ervaring. Zij was in Chartres op uitnodiging van een haar onbekende Nederlandse, die haar een dikke envelop had gestuurd: een uitnodiging tot het maken van een pelgrimage langs een aantal oude plekken in Europa.

In haar antwoord schrijft de Amerikaanse dat het idee haar herinnerde aan een klein boekje uit haar artsenstudie: de beklimming van de ultiem-symbolische berg Mount Analogue: "Verbindingspunt tussen hemel en aarde, en gelegen op een eiland, verborgen gehouden door een kromming in de ruimte", zo schreef de auteur, René Daumal. "Alles gebeurt erom heen, alsof Mount Analogue niet bestaat."

De schrijver stierf voor hij het boek kon afmaken. Maar hij had al wel verklapt dat men "om het eiland te bereiken, moet uitgaan van de mogelijkheid en zelfs de noodzaak om het te bereiken. Op een bepaald moment en op een bepaalde plek kunnen bepaalde personen het eiland betreden. Zij die dat willen en weten hoe men daartoe te werk gaat." Uit de aantekeningen die Daumal achterliet, weten we dat de titel van het laatste hoofdstuk al klaar lag: "En wat zoekt u?"

Zou het kunnen, vraagt Jean Bolen zich af, dat iedere pelgrim op zoek is naar iets wat ontbreekt in zijn eigen leven, en in feite in onze hele cultuur?

Bolen nam de uitnodiging aan en ze schreef er een prachtig boek over: Op weg naar Avalon. Op vakantie in Italië slaan we in de zomer van 2003 af op de autoweg Rome-Genua. De aandrang is moeilijk te weerstaan een kijkje te nemen bij een piepklein labyrint. Een van de bekendste Italiaanse voorbeelden. Een bijna vijftienhonderd oud exemplaar, gemaakt "om met de vinger" te volgen.

Vergeefs zoek ik binnenin de kathedraal, maar dan blijkt het gegraveerd op een pilaar opzij van de ingang. Niemand die er ook maar een blik op werpt. Het is onduidelijk of het de gleuf is of juist de verhoging die de weg naar het midden wijst. En in de loop der eeuwen heeft het regenwater nog een eigen spoor getrokken. Een intrigerende puzzel.

In Deventer, enkele weken later, stoten we op een in 1991 door een kunstenaar aangelegd exemplaar. Een marmeren labyrint op de Brink. Om te lopen dit keer. labyrint DeventerMaar het is zaterdag. Marktdag. En een verdwaald visje ligt op het looppad. Even verderop staat een viskraam. Twee oudere heren staan geanimeerd pratend in de weg. Ze kijken verbaasd naar beneden zodra het woord labyrint valt. Altijd gedacht, zeggen ze, dat het een kunstwerk was.

GRASLABYRINTEN

Aan het labyrint beleven we hoezeer de mens in duizend jaar is veranderd. Op een oude gravure van de kathedraal van Chartres is geen enkele stoel te zien. Overal staan mensen te praten en een paar bezoekers zijn het labyrint aan het lopen. Alsof het de vanzelfsprekendste zaak van de wereld is.

Maar zo vanzelfsprekend als het rond 1200 blijkbaar was om een labyrint te bouwen, zo vanzelfsprekend was het honderden jaren later ineens om ze er weer uit te slopen. En nog altijd voelen we er geen vanzelfsprekende binding mee.

Een van de laatst overgebleven graslabyrinten in Engeland, even ten noorden van Oxford, wordt keurig bijgehouden, maar niemand weet wanneer en waarom het ooit is aangelegd. In Hannover hebben voorbijgangers geen idee dat een oud labyrint in het bos op slechts vijftig meter afstand van hun voeten te vinden is. Duizenden omhoog kijkende toeristen worden in het hoogseizoen door de kathedraal van de Italiaanse stad Ravenna gesluisd. "En niemand ziet het patroon onder hun voeten", zegt Candolini. "iedereen kijkt naar boven."

labyrinthus Poëtisch gezegd: we leven niet meer in het tijdperk van het labyrint, maar in het tijdperk van het doolhof. De veelheid aan keuzemogelijkheden past veel beter bij de moderne mens. "In het doolhof kan een mens kiezen", aldus Jan de Jongh, emeritus-studentenpastor van de universiteit van Twente. labyrinthus

Daar ligt misschien ook de reden dat juist het doolhof in de renaissance zo razend populair werd. In een mooi pelgrimsnummer van het tijdschrift Herademing

zegt de pastor: "In de Renaissance ging de beleving van de eenheid ten slotte verloren. De mondige mens moest nu zelf zijn weg vinden. En het doolhof symboliseerde het recht op eigen zoektocht."

En toch duiken ze de laatste jaren overal weer op: de labyrinten. Het labyrint lijkt terug van weg geweest. Met als uitschieter de revival in Amerika, in de jaren negentig. Maar ook in Zwitserland zijn tientallen nieuwe labyrinten aangelegd. En wie Nijmegen binnenkomt, stuit opzij van de brug over de Waal op een groot waterlabyrint. Zoals in de bossen van Ruurlo in de zomer van 2003 een prachtige kunstroute te lopen was, geheel geïnspireerd op het labyrint. Het Frans-Duitse televisienet Arte wijdde diezelfde zomer een lange documentaire aan het thema.

Waar komt die aantrekkingskracht toch vandaan? Helemaal geen makkelijk te beantwoorden vraag. Volgens de Amerikaanse labyrintbouwer Alex Champion heeft het te maken met de kracht van het symbool. "Het labyrint is een symbool en is altijd een symbool geweest. En elk symbool heeft een energie die bij het symbool hoort, en onderdeel is van het verhaal. Symbolen zijn archetypen. Elke keer dat je een labyrintOsternachtbucg loopt, kom je in contact met dat complexe patroon van energieën. Daarin zit het geheim van het labyrint."

ELCKERLYC

Vanuit zijn ooghoeken ziet Gernot Candolini zijn dochtertje van twee de weg door het labyrint volgen. In het midden aangekomen gaat ze op de steen zitten die daar ligt, heft haar handen in de lucht en zegt één woord: 'ik'.

Op een avond val ik in slaap met de opgave van Jean Klein (musicus, arts, leraar) in mijn achterhoofd om voor het slapen gaan alle gedachten, ideeën, problemen en spanningen op te geven. Noodzakelijk voor de dood, zegt hij. Maar nog beter is het om dat nu al tijdens het leven te zien. Slapen gaan is eigenlijk een beetje sterven.

Ik beland in de schemertoestand tussen wakker zijn en slapen, en schrik even later weer wakker, met heel scherp een beeld voor ogen van een labyrint. Haarscherpe, verlichte paden met een duidelijk middelpunt. Steeds dat midden. En de weg naar het midden. "Als er al een doel is in dit leven dan is het: ontdekken wie we zijn." Osternachtbucg

Het onderwerp krijgt me in zijn greep. Ook al kan ik er de vinger nog steeds niet op leggen. In een Engelse boekhandel is een baliemedewerkster zo vriendelijk enige boekbeschrijvingen voor me uit te printen. Dan kijkt ze op en vraagt of ik de film Labyrinth ken, met David Bowie. Een film uit mijn jeugd, zegt ze, waar ze nog altijd graag naar kijkt als ze even niet zo lekker in haar vel zit. Op de antiquarische boekenmarkt, even verderop, vertelt een kraamhouder over een klant die altijd alle labyrintboeken kocht. Een oud-cameraman. "Ik zal eens vragen of hij je wil bellen."

In het tijdschrift Herademing vind ik een prachtig verhaal van Ricky Rieter (1938), gastvrouw in Pelgrimshuis Christofoor te Megen, over het oude Middeleeuwse sinnespel Elckerlyc. Het verhaal van een mens die aan zijn laatste pelgrimstocht moet beginnen ("daar nemmermeer en is wederkeeren aen"), en tot de schrikbarende ontdekking komt dat hij die tocht alleen moet maken. Alle mensen die zoveel voor hem hebben betekend, kunnen niet meegaan. En niets kan hem nog houvast bieden: zijn bezittingen niet, zijn schoonheid, zijn kracht, wijsheid en vijf zintuigen niet.

DESORIENTATIE

Even buiten Ruurlo, in de Gelderse Achterhoek, nabij de weg naar Vorden, ligt het grootste doolhof van Europa. Tot voor kort tenminste, want er worden elk jaar grotere exemplaren aangelegd. Oud vermaak. Als het mijn beurt is naar binnen te gaan, realiseer ik me dat de tegenstelling tussen labyrint en doolhof minder groot is dan ik dacht. Misschien omdat het aantal "blinde muren" beperkt is? Verbaasd ben ik ook dat ik me na een paar verkeerde beslissingen zo gedesoriënteerd voel. Er is zelfs een moment dat ik even niet meer weet waar ik me in het doolhof bevind. doolhof Ruurlo

Dat gevoel van desoriëntatie is een terugkerend element in pelgrimsverhalen. Zelfs in het labyrint van de kathedraal van Ely (Cambridge) raakte de Amerikaanse psychoanalist Joseph Henderson gedesoriënteerd. En dat terwijl je in een labyrint eigenlijk niet kunt verdwalen. Er is ten slotte maar één weg. Zijn verklaring: de kronkelende weg heeft altijd hetzelfde effect. "Het verstoort de redelijke, bewuste oriëntatie van de mens; al lopende raakt de mens verward en symbolisch de weg kwijt."

Dat is ook de ervaring van pelgrims, zegt pastor en godsdienstpsycholoog Herman Andriessen. "De pelgrimsweg werpt ons uit onze vertrouwde wereld, uit onze gewoonten, uit het vaste stramien waarin we wisten wat te doen en te laten."

BERGPAS

Van alle boeken die ik in handen krijg of gedrukt krijg over het labyrint, is dit toch de mooiste: Gernot Candolini's reis (er is ook een Nederlandse editie). Misschien vanwege al zijn vallen en opstaan: zo herkenbaar als 21e eeuwse mens. Zie hem hartje winter de bergpas naar Florence onderschatten. De auto heeft moeite de caravan de berg over te trekken. De remmen stinken. De stemming is geprikkeld. Op de achterbank voelt zijn dochtertje zich niet lekker. En dan is het ook nog veel te koud voor de tijd van het jaar. Kortom - alles zit tegen. Op het steilste stuk van de weg is de benzine ineens op. Candolini verwijt zichzelf dat hij bij het laatste benzinestation niet op safe heeft gespeeld.

En dan komt de vraag op: waarom doe ik dit eigenlijk? Waarom al deze moeite een vage droom na te jagen? Vrienden thuis verdienen een prachtig salaris, terwijl ik te krap bij kas met een caravan rondrijd om labyrinten te bekijken. Het gevoel: "Ik maak nu rechtsomkeert, ga mijn oude beroep weer uitoefenen, zoek een huisje, en ga met mijn gezin rustig elk weekend uit wandelen. Want ik weet dat ik daar voldoende bevrediging uit put."

De anekdote is prachtig, omdat het zo'n schitterende illustratie is van het menselijke leven - de crises, de neiging bij de pakken neer te gaan zitten, de fundamentele twijfel over de gemaakte keuzes, goed of slecht, vaak tegen de stroom in, de spijt en het zelfbeklag.

Het labyrint lijkt daarbij zo'n prachtig verlossend symbool: Want uiteindelijk kan een mens in zijn zoektocht niet anders doen dan hij gedaan heeft. Anders had hij het wel gedaan. Gesymboliseerd door het pad dat in het labyrint weer naar buiten lijkt te voeren. Maar vroeg of laat wacht altijd het midden.

 Bart Hommersen

De bovenstaande tekst is een tot de helft ingekorte versie van het openingsverhaal uit editie 4/2003 van het tijdschrift Vruchtbare Aarde. Een nummer dat geheel was gewijd aan Chartres en het raadsel van het labyrint. Verwijzingen naar boeken en websites over deze onderwerpen vindt u elders op deze site.

Een advertentie van Google

Reisverhalen
Salon
Filmzaal
Keuken
Tuin
Atelier
Archief
Links

Home



Editie 3-2007

Themanummer mens - kind - natuur



Editie 4-2004

De Olm van Bunlahy
en andere
Ierland verhalen



Editie 4-2006

image

Een esoterische navertelling van de oude renaissance-legende Don Giovanni en de Stenen Gast, waarop Mozarts opera is gebaseerd.



Editie 4-2001

Masaru Emoto: Waterkristallen



Editie 2-2007

Pelgrimage naar Santiago de Compostela


Meer spiritualiteit in:

Ervin Laszlo, president van de Club van Boeddapest, over kosmisch internet, veld-ervaringen in de muziek en een kwantumsprong in de menselijke geest. Weerzien met Ierland. Een Huis in Connemara, de mystiek van het Oud-Ierse Christendom en een hernieuwde kennismaking met het raadsel van de ronde torens. Twintig jaar reist de bejaarde Don Cirilo de wereld nu al rond. De Nederlandse filmmaker Wiek Lenssen volgde de man en maakte een film over de spiritualiteit van de Maya's. Beweeg de cursor over een beeld voor een impressie (alleen in Internet Explorer). Klik op een beeld voor een volledige inhoudsopgave.

Het Chartres-nummer
en een andere editie
naar keuze
als welkomstgeschenk?

Maak hier uw keuze

Een editie los nabestellen?



Bestelpagina losse nummers



Het Chartres - labyrintennummer 4-2003 is een van vaakst nabestelde edities aller tijden geworden in de geschiedenis van dit tijdschrift. Reden om in editie 1-2004 met een vervolg te komen. Arienne Clignett vertelt over haar herinneringen aan het labyrint van Gotland. En Veronica Frenks licht een tipje op van de sluier van een labyrinthisch liefdesverhaal, de 500 jaar oude Hypnerotomachia Poliphilo, de zoektocht van de Venetiaanse monnik Poliphilo naar zijn verloren geliefde; maar tegelijk ook een pelgrimage, met tal van inwijdingen, eindigend op het wonderlijke eiland Cythera. Een onmetelijhke inspiratiebron voor kunstenaars, architecten en tuinliefhebbers. Reden voor een bezoek aan de Rotterdamse architect Ashok Bhalotra die zich bij de aanleg van de Amersfoortse wijk Kattenbroek door de 500 jaar oude droom liet inspireren.

Twee edities naar keuze als welkomstgeschenk?

Maak hier uw keuze

Nog meer spiritualiteit in:

Liefde en dankbaarheid zijn volgens de Japanse wateronderzoeker Masaru Emoto ook krachten. In bevroren toestand weerspiegelt water de meest subtiele verschillen.  De Amerikaanse arts Larry Dossey voorspelt grote veranderingen in ons denken over ziekte en gezondheid.  De Amerikaanse hoogleraar Bill Bengston over zijn onderzoek waarbij hij handoplegging gebruikte om zieke muizen te genezen.
Beweeg de cursor over een beeld voor een impressie (alleen in Internet Explorer). Klik op een beeld voor een volledige inhoudsopgave.

Een jaargang bestellen?

Maak hier uw keuze

Het Chartres-nummer
en een andere editie
naar keuze
als welkomstgeschenk?




Maak hier uw keuze

Een advertentie van Google
Een advertentie van Google