Het is eind jaren vijftig. Reinhard Voll geeft een lezing aan een groep collega-artsen over de door hem zelf ontwikkelde elektro-acupunctuur. De Duitse huisarts/acupuncturist was begin jaren vijftig niet helemaal tevreden geweest met de resultaten van de klassieke acupunctuur en ook niet met de volgens hem toch wat mystieke achtergronden ervan. Hij meent in de electro-acupunctuur een bevredigende mengvorm van oosters en westers denken te hebben gevonden. Met het door hem ontwikkelde apparaatje wordt een mini-stroompje het lichaam in gestuurd. Een stroompje dat een 'gezond' lichaam zonder moeite beantwoordt met een tegenstroompje. Tenminste, als de menselijke batterij niet te zwak is opgeladen en het corresponderende orgaan 'achter' het acupunctuurpunt voldoende 'tegengas' kan geven.
Vlak voor de pauze vraagt hij of iemand in de zaal zo vriendelijk wil zijn even voor proefpersoon te spelen. Een van de aanwezige artsen stapt het podium op. Dankzij zijn metingen kon volgens Voll feilloos worden aangetoond of de met de acupunctuurpunten verbonden organen in conditie zijn of niet. Maar Voll zou er pas tijdens deze lezing achterkomen dat zijn elektro-acupunctuur ook goede diensten bewees bij het vinden van het juiste geneesmiddel.
Een proefpersoon betreedt het podium en Voll meet een aantal acupunctuurpunten op diens lichaam door. Alles in orde. Maar één punt geeft een lage waarde te zien: een acupunctuurpunt dat traditioneel gekoppeld is aan de prostaat. Voll bespreekt de uitslag met zijn collega's in de zaal. En dan is het koffietijd.
Een half uurtje pauze. Terug in de zaal besluit Voll zijn laatste meting nog eens over te doen. Vreemd genoeg krijgt hij nu ineens wel een normale waarde. Voll snapt het niet. En de mensen in de zaal al evenmin. Er ontspint zich een discussie, tot duidelijk wordt dat een van de aanwezigen tijdens de pauze een homeopathisch middel heeft gegeven aan de man op het podium, met de mededeling dat dit hem "wellicht zou kunnen helpen". Ook in de jaren vijftig had je blijkbaar al artsen met belangstelling voor homeopathie. De man op het podium had het middel op zijn beurt in zijn broekzak laten glijden.
Tot verbazing van Voll heeft dit medicijn ook in gesloten verpakking al invloed op zijn prostaatmetingen. Telkens wanneer de proefpersoon het middel uit zijn broekzak haalt, dalen de waarden; en iedere keer dat hij het middel weer terugstopt, stijgen ze weer. "Een van de fascinerendste en veelbelovendste ontwikkelingen binnen de hele elektro-acupunctuur," aldus de Amerikaanse arts/acupuncturist Julian Kenyon in 1983 in een standaardwerk over dit onderwerp. Hoewel er binnen de moderne fysica nooit enige aannemelijke verklaring voor is gevonden. De praktische waarde van de ontdekking van Voll was evenwel groot.
En wat werkt bij medicijnen, werkt bij voedsel, zo concludeerden de Nederlandse natuurgeneeskundigen Arthur en Angela den Dulk. Een voorbeeld: "Bij de ziekte van Crone - een verzameling darmaandoeningen die gekenmerkt wordt door onverdraagzaamheid voor vezelige stoffen - kom je er met deze test makkelijk achter dat de ene patiënt eerder op krachten komt met rijstvlokken, een ander juist eerder met boekweitvlokken."
En wat voor boekweitvlokken opgaat, gaat op voor eieren. De feitelijke aanleiding voor mijn bezoek. Een maand of wat geleden was de nieuwsgierigheid al gewekt. Ik had gehoord over een aantal elektro-acupunctuurtesten die Den Dulk had uitgevoerd met eieren van kippen, gevoerd met verschillende soorten kippenvoer.
Den Dulk: "Als een ei in deze test slecht scoort, betekent dat niet dat we ook weten wat er precies mankeert. Een legstimulerend hormoon in het voer? Of schort er iets aan de kwaliteit van de verschillende ingrediënten in het voer? Het ontbreekt ons eenvoudig aan de middelen om dat verder uit te zoeken. Maar aan de andere kant kun je wel stellen dat de aanwezigheid van geneesmiddelenrestanten in het ei voldoende is om de wijzer op het meetapparaat negatief te laten uitslaan. Ik moet natuurlijk zeggen: 'in principe', want het blijft een individuele beoordelingsmethode. Je houdt altijd mensen met een groter incasseringsvermogen."
In dat individuele aspect zit zowel de waarde als de beperking van de methode van Voll. Met de eieren die ik bij me heb - links en rechts ingekocht in het natuurvoedingscircuit en in de gewone supermarkt - zullen we dus alleen kunnen vaststellen of ze wel of niet verdragen worden door de proefpersoon op wie de eieren worden uitgetest.
Een voor een haal ik de verschillende soorten eieren uit hun doos om ze op de koperen plaat te leggen. Het biologisch-dynamische, daarna het biologische boerenei, en vervolgens het van een bd-kippenfokker gekregen ei. Die allemaal 'goed' blijken te zijn. Dat wil zeggen: goed voor mij. En 'goed' volgens deze methode.
Hetzelfde positieve beeld geven de scharreleieren. Terwijl het viergranenei en de legbatterij-eieren van uiteenlopende ouderdom door mij slecht worden verdragen, aldus Den Dulk. Maar de meest interessante bevinding moet dan nog komen. Op het moment dat we een van de 'goede' eieren uittesten en het wijzertje keurig in het midden blijft hangen, loopt deze dan ineens terug en ogenschijnlijk zonder enige aanleiding. Niets gebeurd, niets veranderd, zo lijkt het. Zelfde ei, zelfde proefpersoon.
Tenminste, als we voorbijgaan aan het feit dat het tweejarige dochtertje des huizes al spelend vlak bij ons is beland. Ze zit vlak bij mijn stoel op de grond. Een snelle test: haar moeder pakt haar op en zet haar terug op haar oorspronkelijke speelplek. Zodra het meisje uit mijn buurt is zoekt de wijzer zijn normale stand op. Zetten we haar weer in onze buurt, dan zakt de waarde weer.
Hoe vaak we het ritueel ook herhalen, we krijgen keer op keer hetzelfde resultaat. "Het meisje kan niet tegen eieren," zegt Den Dulk beduusd. "Dat wist ik natuurlijk al: als we haar testen, reageert ze negatief op elk ei. Maar dit heb ik nog nooit gezien. Zelfs jij reageert negatief als ze bij je in de buurt komt."
Intrigerende resultaten. In feite lijkend op de bevindingen van Reinhard Voll in de jaren vijftig, toen een homeopathisch middel in de broekzak van zijn proefpersoon voldoende was om de meetresultaten te wijzigen.
De Den Dulks zijn enthousiast over de mogelijkheden van de elektro-acupunctuur. "Zelfs kleine kinderen die je normaalgesproken moeilijk vragen kunt stellen, kun je op deze manier heel persoonlijke voedingsadviezen geven. Zo hebben we vaak geconstateerd dat het bekende merk Roosvicé erg slecht wordt verdragen door de meeste kinderen, terwijl het alternatieve merk meestal geen problemen oplevert.
"De bioloog Henri Dunant heeft ooit een standaardwerk afgeleverd over de geneeskrachtige werking van groenten en kruiden. Daarin beschrijft hij de peen als een probaat middel bij pancreasproblemen.
"Een ervaring van ons: een patiëntje met een buitengewoon gevoelige spijsvertering reageerde inderdaad goed op wortelen. Maar het opvallende was dat die wortelen wel uit onbespoten moestuinen afkomstig dienden te zijn. Of uit de plaatselijke natuurvoedingswinkel. Op de niet-biologische wortelen reageerde het jongetje sterk negatief. Achteraf bleek dat ook uit onze testen.
"Dezelfde verschillen zie je tussen biologische en niet-biologische tofu en tussen biologische en niet-biologische rijst - ook als die niet-biologische rijst in een alternatief zakje zit. De biologisch-dynamische rijst doet het zelfs nog beter. Alleen bij een gewas als boekweit merken we nooit enig verschil tussen biologisch en gangbaar. Misschien heeft dat te maken met de arme gronden waar boekweit per definitie op moet staan."
"Voor mij blijft het ontzettend belangrijk dat we bij deze methode uitgaan van objectieve waarnemingen. Waarnemingen die je ook leren dat het niet allemaal koek en ei is wat er in de natuurvoedingswinkel ligt: dat er soms ook producten liggen die er wat ons betreft absoluut niet thuis horen.
"Soms merk je dat de kwaliteit van een bepaald product dat altijd goed was opeens vermindert. Neem een product als propolis, een bijenproduct, waar vrouwen met postnatale depressies - die na het krijgen van een kind niet snel genoeg weer op krachten komen - baat bij kunnen hebben. Vroeger bestelden we onze propolis altijd bij een en dezelfde importeur. In alle testen kwam die propolis als 'uitstekend' uit de bus. Tot we op een gegeven moment het tegendeel constateerden: de propolis deed niets meer. We spraken onze leverancier erop aan, en zijn uiteindelijk op zoek gegaan naar een andere leverancier. Die we inmiddels hebben gevonden.
"De propolis-affaire was voor ons feitelijk het moment dat we de elektro-acupunctuur meer en meer op voedingsgebied zijn gaan toepassen. Loze kretologie op het gebied van kwaliteit valt hiermee onherroepelijk door de mand."
Een ontmoeting met H.C. Moolenburgh, huisarts in Haarlem. Een gesprek over de terreingeneeskunde die hij meer dan vijftig jaar lang heeft beoefend, waarin zelfs humor, sprookjes en zenverhalen hun plek hebben.
Reis naar
Andalusië * * * * *
En: Eieren van biologisch gevoerde kippen die naar believen naar
buiten kunnen, stralen het meeste licht uit. Hoe zit dat nu precies met
de kwaliteit van eieren en de
vitaliteit van kippen?
In de Keuken van VA-Magazine een
interview met Reto Domeniconi. Jarenlang trokken
twee Zwitserse multinationals miljoenen uit om zicht te krijgen op de
verborgen kanten van het begrip voedingskwaliteit en de wereld der
niet-reguliere geneeskunde. In de eerste jaren onder de conditie dat
het onderzoek strikt geheim zou zijn. Een gesprek in Vevey met
oud-Nestlé-topman Domeniconi - inspirator en
initiatiefnemer van het onderzoek dat tot zijn pensionering in 1996
doorliep. Een gesprek over homeopathie, wetenschap, waarheid en de
kwaliteit van eieren van vrij rondlopende kippen. "We laten een tijd
achter ons, waarin alles wat technisch uitvoerbaar was in orde leek."
Lees er meer over in VA 4-1997.


Nederland telt dertig miljoen legkippen, waarvan 27 miljoen nooit en slechts drie miljoen wel daglicht zien. Biochemisch gezien doen de eieren niet voor elkaar onder. Maar biofysisch gezien zijn de verschillen enorm. Volgens de Duitse biofysicus Fritz-Albert Popp zijn voedingsmiddelen in de eerste plaats info-pakketjes, met een meer of minder ordeningsverhogende werking. En juist daar, zegt hij, zit het grote verschil tussen beide soorten eieren. Een verschil dat in zijn optiek zelfs zo groot is dat een tot driemaal hogere prijs verdedigbaar is. Kunnen we in Nederland iets met deze hypermoderne wijze van kwaliteitsbeoordeling. VA legde die vraag in editie 5-1998 voor aan Albert Heyn, natuurvoedings groothandel Odin, het ministerie van LNV en dat van VWS, een celbioloog, een apotheker en andere deskundigen.